Basisschool Arnoldus en wortelpap

Vandaag heb ik gestreken. Op de achtergrond was MFL11 bezig. Plots kwam een klasje uit de lagere school aan de micro en daar gingen mijn gedachten. Naar de lagere school. Geen idee exact hoe lang ik erover heb gedaan, maar na een tijdje had ik behoorlijk wat namen opgegraven uit de tijd van toen, en ook situaties. Meteen een onderwerp die mij zoethield tot het strijken gedaan was. Geloof me. Er was veel was. Echt gigantisch veel. En plooirokjes. Waarom hou ik toch van plooirokjes? Dus de lagere schooltijd. Aangezien mijn ganse leven vorig jaar besloot op te gaan in rook heb ik geen mogelijkheid om na te gaan wie effectief in de klas zat. Bleek ook dat ik mij de domste dingen eerst herinnerde.

Bram B. stond bovenaan in het bergrittenklassement van wiskunde.
Kevin D. was altijd keeper tijdens het voetbal, en dat deed hij met een passie.
Ellen C. was een ontzettend lief meisje met een lieve mama
Lesley M. gaf mij in het derde leerljaar een vriendenboekje (yep, door haar hou ik dat nu nog bij).
Johan S. tekende een dolfijn in mijn poëzie album. In het vijfde leerjaar kreeg ik een zilveren hartje.
Wencke D. rolschaatste. Ofzoiets.
Nick C. is ooit naar school gekomen met een blauw oog, denk ik. Ofwel Kevin D.B.
Kurt V. had enkel broers. Leek me toen al vreselijk. En hij wou kraanman worden.
Stefanie O. heeft in het tweede leerjaar de dop van mijn Turtles vulpen door het toilet getrokken.
Joke D. had een grote zus met blonde krulletjes.
Bart D. wou boer worden, Melissa L. kon goed zwemmen.
En dan hadden we nog Caroline D, Julie V, Griet D en Celine V ook.

Ook nog: ALLE jongens (denk ik) waren zot van voetbal. Club Brugge. Daar werd niet over onderhandeld. Behalve één. Er was één voor Anderlecht. Jaja.
Dat is het. Mijn klas zoals ik hem herinner. Met wat geluk ben ik de helft niet vergeten, maar ik vrees ervoor.

Dit zijn de tijden van Facebook, Google + en Twitter. Desondanks dat gegeven heb ik maar één oud klasgenootje uit die tijd op mijn Facebook: Lesley M. Van haar weet ik dat ze een zoontje heeft, het Engels goed beheerst en doorgaans gelukkig is. Wat er is gebeurd met de rest van die klas heb ik het raden naar. Als ik moet gokken denk ik dat zijn mijn naam wel zagen passeren. Logisch ook. Je huis afbranden is nogal een aandachtstrekker. Na wat graven op Facebook vielen mij enkele dingen op. Club Brugge heerst nog steeds. Voetbal is nog steeds DE sport. Ze wonen allemaal nog steeds in West-Vlaanderen. En wat nog? Raad eens? Op twee personen na allemaal verloofd of getrouwd en velen voorzien van een nageslacht.

Terwijl ik geschokt reageer omdat mijn wortelstampot mislukt, hebben zij het huisje-boompje-beesje dingetje al onder de knie. Wist je trouwens dat je wortelstampot best niet mixt? Nope, dan krijg je babypap. Gortig. Degoutant en ronduit vies. Daardoor had ik wel tijd om te neuzen op Facebook naar de ex-klasgenootjes. Terwijl een nieuwe lading patatjes en wortelen staan te koken zit ik te bloggen.

Romina. In het lager was ik vast en zeker een dramaqueen, en speelde ik graag de baas. Traag was ik niet. Of dom. Nu blijkt dat ik achteraan het klasje huppel, traag. Als één van de laatste. Zoals het hoort voor iemand met een achternaam op ‘t einde van het alfabet. In een andere provincie dan nog wel.  Toch veranderen sommige dingen niet. Dat huppelen doe ik nog altijd op mooie schoentjes. Mijn vulpen heb ik nog steeds (Turtles werden vervangen door Lamy) en laat mij één ding zeggen: trek de dop ervan door het toilet en het is oorlog. Net zoals toen in het tweede leerjaar. En wees maar zeker: ik zou het nu ook zeggen aan mijn mama. Onderweg, moest je iemand tegenkomen uit basisschool Arnoldus, de periode net voor de Spice Girls, doe ze de groetjes van mij, de dramaqueen.

 

Riots. Chocolade. Liefde. Terrorisme. Kerst. 2011.

We zijn het einde van dit jaar nabij. Zoals traditie het voorschrijft lanceert ongeveer elke website en elk boekje een eindejaarslijst met personen van het jaar. Kim Clijsters is sportvrouw van het jaar, nog maar vers: proficiat! Time had “de demonstrant” als persoon van het jaar. Niet geheel onterecht vind ik trouwens. Wat betekent dat het dus terecht is, want iedereen weet: wat ik zeg is waar. Blij dat Time Magazine akkoord is met mij. Slimme mensen daar. Ernaast zijn er nog honderd-en-één lijstjes vol jaaroverzichten. Via Twitter kwam ik bij een site met “het jaar in vijftig foto’s”. Ongeveer. Het konden er ook vijfenveertig zijn. Of veertig. Weet ik veel. Het waren in elk geval genoeg foto’s, want mijn computer maakte het geluid van een dieselauto (is dat één woord?) toen de pagina moest laden.

Na dat ellenlange laden kon ik eindelijk door de foto’s gaan. Bladeren. Scrollen. Browsen. Whateveren. Een beetje op automatische piloot ging ik van foto naar foto. Er waren foto’s van de natuurelementen op hun wildst. Foto’s van Christenen die Moslims beschermden tijden de Lente in Arabië. Enkele van jongeren en andere demonstranten die zich lieten overspoelen door geweld, die passief actie voerden en dat ook bleven doen. Ongeacht hoe agressief de autoriteiten handelden. En plots was er dat ene overheersene beeld dat alles zei.

Rellen. Moody’s. Euro’s. Neuro’s. Zeuro’s. Crisis. Corruptie. Oorlog. Impasse. Terrorisme. Rating. Boete. Begroting. Tekort. Vettaks. Klokkenluiders. Noodweer. Allemaal woorden die vielen in 2011. Van sommige woorden had ik nooit kunnen bedenken dat ik ze ging horen. Tegen al die woorden is er één woord dat altijd genoeg tegengewicht zal geven. Zolang we dat ene woord hebben in ons leven, hebben we alles wat nodig is: Liefde.
Oké. Een beetje kort door de bocht, want we hebben natuurlijk ook schoenen en chocolade nodig, maar kom. ‘t Is bijna kerst. Doe even mee. Wat is het enige dat nodig is? Juist ja: liefde. Wie had dat ooit kunnen raden? De Beatles hadden dus toch gelijk! Tutututuuuuuuuuuum.


“She was crying and upset and Scott was comforting her. As part of that he gave her a kiss on the lips to calm her down and just say ‘It’s going to be OK’.

 

“Daar moei ik mij niet mee zu”

Hier ben ik dan terug. Vier maanden na mijn vorige blogpost gooi ik er nog ééntje in de groep. Het is wat onwennig, en wat raar ook. Kan ik het nog? Ben ik heb niet verleerd? Ik merk in elk geval dat ik nog blind kan typen. Dat is ook al iets waard. Het excuus dat het te druk was gaat niet op. Niemand heeft het zo druk gedurende vier maanden dat zelfs een blogpostje niet kan. Moest het wel zo zijn, dan moeten ze maar tijd maken (volgens mij bestaat daar wel een apparaatje voor van Play Doh). Hoe het dan wel komt? Een samenloop van omstandigheden waardoor ik niet meer wist of het wel zo slim is om te bloggen. Hey. Iedereen heeft recht op een black out!

Eerst was er de fijne commentaar die de ronde ging over de aankoop van mijn nieuwe auto: “Ja de verzekering zal wel uitbetaald hebben, ze heeft een nieuwe auto.”. Wel dat hakte erin. Dan koop je na maanden overwegen een Citroën C1 op afbetaling, hoor je mensen luidop denken (bij gebrek aan ander woord) dat ik hem heb gekregen van mijn ouders. Het is een Citroën C1. Forcryingoutloud. Geen Bentley.

Niet zo heel lang erna was het een jaar geleden van Sufferd. Een jaar. Mijn beste vriend is al meer dan één jaar dood. Eén jaar. Dat is lang hoor, maar ook niet zo lang. Wat moet je met zoiets? Geen idee.

Toen, in die week kwam de klap op de vuurpijl. Een kennis gooide het verwijt naar mijn hoofd dat ik het slachtoffer ben. Altijd. Die sloeg in als een bom.Zou het zo zijn? Is het zo? Hang ik altijd het slachtoffer uit? Van mijzelf weet ik dat ik nooit ween. Ik val niemand echt lastig met het gemis van Sufferd. Ok, ik blog erover, maar nog nooit heb ik iemand gebeld of rechtuit gezegd: “Ik mis hem, help.”. Hetzelfde met het huis dat afbrandde. Er wordt over gesproken, zoiets is logisch denk ik (als je het niet denkt, brand maar eens je huis af, een aanrader voor de empathie!), maar wenen? Neen. Klagen? Dacht het niet. Eerder humor gebruiken om door te gaan. Dat elke dag opnieuw. Toch, moest ik iemand lastig hebben gevallen met “klagen”, dan spijt dat mij, denk ik.

Er is trouwens een nieuwe rage waardoor ik sowieso niet gauw meer echt spreek met mensen die minder zijn dan echte vrienden (dat komt uit de mond van een blogster. Haha.). De rage: “Daar bemoei ik mij niet mee zu…”. Welke held heeft dat bedacht? Dan zeg je iets over je vriend, je werk, je familie, kortom: je leven en krijg je zo’n antwoord. Welk kutantwoord is dat nu weer? En wat voor een persoon ben je als je dat antwoord geeft? Iemand zonder opinie. Iemand met angst. Iemand die teveel de 7eDag bekijkt. Dat misschien ook wel ja. Idioten.

Nog een klein detail dat ik misschien best eventjes meegeef: ik ben werkloos. Was solliciteren een Olympische discipline, ik maakte kans op goud. Zeker weten. Zie je wel dat ik het niet te druk had om niet te bloggen. Bij deze schieten we weer uit de blokken. Wanneer ik zaag of het slachtoffer uithang, dan zeg je het maar hieronder. Of klik je weg. Of koop je een kilo chocolade om aan mij te geven. Werkt altijd. Beloofd. Niet tevreden, geld terug!