Principes

Principes. Het is zo’n conceptje dat iedereen bezit. De ene is ze trouw, de andere zegt dat ze ze trouw zijn, maar lappen het aan hun laars. Geen probleem heb ik ermee, met die principes. Ze maken de dingen lekker duidelijk. Zo weet je meteen welk idee of ideeën achter het smoeltje schuilen waarmee je praat. Waar ik niet tegen kan? Mensen die zonder enige redenering al hun onzin staven met: “Maar ik ben van het principe…” of “Het is mijn principe…”. Net zoiets als “gelijk hebben”. Ooit een lief buitengekegeld die oorlog voerde met mijn familie en vriendenkring onder het motto: “Ik heb gelijk!”. Kort erna stond hij op de stoep met zijn gelijk. Mooi duo’tje die twee. Ik dwaal af. Waar was ik? Ohja. Ik heb een hekel aan mensen die zich verschuilen achter hun principe. De inner-dramaqueen kan dan wel eens opspelen (vraag dat maar aan mijn geliefde, kroongetuige) met alle gevolgen van dien. Mensen die veranderen van principes. Nog zoiets verachtelijks. Krijg ik nog meer de hiebededjiebies van. Ja, het is overduidelijk: ik heb een makkelijk karakter. Vorige week gooide ik zelf een principe overboord. Lekker makkelijk.

Bloed, zweet en tranen kostte het. Twijfel, ja dat ook. Weken gepieker gingen eraan vooraf. Uren lang gesprekken voeren met mezelf (wat ben ik toch een heerlijk mens om tegen te praten, zo slim ook) en maar argumenteren. Juli en augustus zijn zomermaanden. Mijn principe luidde als volgt: “Geen laarzen gedurende die twee maanden, ook geen tights.”. Simpel. Eén van de zekerheden in mijn leven. Daar stond ik dan vorige week, voor mijn kleerkast, de afgrond nabij. Buiten kletterde de regen tegen de ramen en ik had een fashionblock. Geen idee wat ik aan moest. Weer mijn Converse’s? Weer een jeans? Wat dan? Wat? WAT? Vreselijk. Het idee kwam weer boven. Het innerlijke stemmetje fluisterde: “Doe het dan, doe het!”. Mijn intuïtie sprak me tegen, toch, het stemmetje van mijn oh zo slimme ik was luider. Dapper kegelde ik mijn principe overboord en ging ik de deur uit met een minirok, tights en camelkleurige knielaarzen. Oh jawel. Het was me teveel. Weer een dag snertweer. Er komt een punt van wanhoop, dat was het mijne. Bye bye principe.

Op het werk werd er gestrooid met complimenten. Later die dag werd Benjamin behoorlijk enthousiast van mijn kleding (Jaja, mijn tijger!) en ik wist het zeker: “Dit is goed”. Ergens gedurende die namiddag veranderde ik van mening? Raad eens wie kwam opdagen om de boel te verpesten? De zon. Die gigantische verwarmende bol vuur. ‘s Ochtends hadden we 17°C en regen, tegen 16u in de namiddag hadden we 25°C en een blauwe Simpsonhemel (de puffy wolkjes zo, ken je wel). Ik zweette mij kapot. Sexy, zo’n poes met minirok, knielaarzen en een rode kop. Zelfs mijn tripje bij De Slegte beurde mij niet op. Integendeel, het sjouwen van 4 hemelse boeken maakte mijn kop nog roder. Wat rook ik? Oh fuck! Komt ervan, je principes overboord gooien. Overloper. Stomme trut. Zoals ik al zei: mijn inner-ik is echt een slimmerdje.

Vandaag is een grote dag. (Hak op de tak? Wie? Ik? Nooit!) Mijn Bettina. Mijn trouwe groene Opel is weg. Haar nieuwe eigenaar is mijn mama. 130 000 KM bracht ze mij overal naartoe. Samen puften we erop los in de file. We joelden mee met de radio, zelfs met de ramen open (sorry aan eventuele voetgangers, maar ook katten hebben een recht op zingen, haha). We doorkruisten het land en gingen door ups en downs. Er waren die drie keren dat haar spiegeltje eraf werd gereden in zeven dagen. Er was die keer dat ze tegen een vangrail vloog. Soms waren er momenten dat ze me warm hield en gleed als een danseres op het ijs. Wanneer ik doodop was bood haar zetel mij een kussen. Amper viel ze in panne, één keertje maar, ze was toch zo ziek. Zevenhonderd euro later was ze terug genezen. Mijn heldin! Mijn auto. De Belgische regering (hallo, wordt eens wakker daar) houdt mijn papieren gegijzeld. Tot dan heb ik een vervangauto. Morgen mag ik erachter. Deze auto krijgt geen naam, want dat is mijn principe. Laat het geweten zijn. Overal. Dit rood hoofdje gooit geen principes meer overboord. Dat stinkt! (Zie je wel. De cirkel is rond. Hak op de tak? Wat een mooi einde. Slimme ik. Of zei ik dat al?). Dag Bettina. Dag dag, en dankjewel!

 

Denken kan je zomaar overkomen

Een tijdje geleden raakte ik aan de praat met iemand. Zomaar. Een gezamelijke kennis. Na even praten over koetjes en kalfjes zei hij opeens: “Het is moeilijk om nieuwe mensen te leren kennen”. We praatten wat door en dat was dat. Natuurlijk heet ik Romina, dus begon ik na te denken over wat hij had gezegd (ja zo ben ik wel, in staat om te denken, ben ik goed in). De conclusie was eenvoudig maar tegelijkertijd ook zo confronterend. Het is echt waar. Juffrouw sociaal herself moet het gewoon toegeven. Het is supermoeilijk nieuwe mensen te leren kennen en daar een vriendschap of hechte band mee op te bouwen. Zonde, zo vind ik dan.

Er zijn enkele vrienden in mijn leven waarvan ik het geluk heb om te weten dat het “voor altijd” is. Wat er ook gebeurt, wij staan klaar voor elkaar. Het is ook algemeen geweten dat ik die vriendschappen koester en er zeer dankbaar voor ben. Hoe kan het dan dat ik in de laatste pakweg 4 jaar geen nieuwe vriendschappen heb gesloten? Het is allemaal zo verdomd ingewikkeld geworden. Wanneer er nu iemand in mijn leven komt hebben ze een groot stuk gemist. Aangezien mijn karma vooruitloopt (laat ons even positief doen: vooruitliep) als een sneltrein heb ik al behoorlijk wat ingrijpende “veranderingen” meegemaakt. Wie nu in mijn leven komt heeft dus een serieuze achterstand. Begin dat maar eens uit te leggen, luchtig. Dan is er nog de ganse “vertrouwen” situatie. Wie zegt dat dit niet doorgebleerd wordt naar jan en alleman? Nu, voor mij is dat niet echt een obstakel, aangezien ik zowat iedereen vertrouw. Heerlijk naïef vind ik dat van mezelf. Applausje!

Ernaast komt dan nog de situatie over het geslacht. Hoe zou jouw partner (wat een lelijk woord) reageren moest je zeggen: “Wow, heb een keisympathieke kerel/meisje ontmoet, het kan wel eens uitbloeien in een hechte vriendschap” “Of hij/zij een relatie heeft?” “Ahneen, single”. Bij velen die ik ken vliegt het spreekwoordelijke servies door de kamer (niet erg, toch een lelijk servies). Tenzij je weer bent zoals mij, want dan denk je: “Als hij mij wil bedriegen, dan zou hij het toch doen, of hij nu één vriendin heeft, honderd of zeventien collega’s”. Jammergenoeg leven we niet in een wereld vol Romina’s. Hoe doen jullie arme mensen dat toch? Vreselijk! Grapje hoor. Of niet?

Toen ik zestien was ging het veel vlotter en makkelijker. Toch geef ik niet op. In september start ik een naaicursus, zo zoek ik zelf nieuwe mensen op. Misschien haat ik ze allemaal, misschien blog ik in oktober over de dolle avonturen van “ons samen”. Wie kan het zeggen? En die kennis? Als het per toeval een echte vriend zou worden, dan laat ik ook dat gebeuren. Het leven is te kort om mooie momenten te missen. Die kan moet leeg. Het onderste gaat eruit. Tot de laatste druppel. Want ook dat ben ik: een zuipschuit. Grapje. Echt!

 

Oh en die kennis? Dik single. Zo single als ze maar komen. Behoorlijk sympathiek (overdreven sympathiek, maar laat het niet merken, kwestie daat zijn ego op temperatuur blijft). De juiste ambities en prioriteiten zijn er ook. ‘t Is een plaatje. Hem op 2e hands.be zetten zou wat raar zijn, dus all you single ladies. If you want a hot date put your hands up. En laat het mij weten, want ik zie het niet wanneer je je hand opsteekt. 

 

Manwijven, margi’s en wij

In 1998 stond ik op een dag aan de grond genageld. Geen kik kwam nog uit mij. Niets. (zal je shockeren, maar gebeurt niet vaak) Zo onder de indruk van iets was ik nog nooit geweest. Dertien jaar, in het Sportpaleis en mijn idolen, mijn voorbeelden, mijn rolmodellen stonden op het podium: de Spice Girls. Vanaf dat moment wist ik: “dit ga ik meer doen”. Ondertussen zijn we zo’n dertien jaar later (neen ik ben niet oud) en mijn lijstje van “live gezien” is al aardig lang. Mijn voordeel? Heel veel genres spreken mij aan en of ik mij amuseer of niet ligt ook vaak aan de mensen rond mij.

Nooit ben ik bang tijdens optreden. Metallica op Werchter? Geen probleem. Guns N Roses in het Sportpaleis? Piece of cake (met dank aan Laurens om de crowdsurfer op te vangen met zijn hoofd en mij zo te beschermen, een ninja is bij jou vergeleken een watje). Iron Maiden, Tool, Slayer, …. Echt waar. Allemaal gezien, nooit een greintje angst. Zondag stonden Indira en ik op Suikerrock. Plots had ik wel schrik. Ik keek rond mij, screende het volk en wist meteen dat ik op mijn hoede moest zijn. Gedurende die 13 jaar optredens heb ik welgeteld 3x op mijn smoeltje gehad.

*Lionel Richie @ Suikerrock. De headliner toen. Mensen kwamen dichter en dichter te staan. Plots begon een vrouw in het rond te slaan met haar stoeltje onder het motto: “Ik sta hier al sinds vanochtend en ik wil plaats om te dansen, VOORAAN!”. De security verwijderde haar kort erna.

*K3 in Bellewaerde. Niets zo angstaanjagend als enkele peuters, kleuters en kleine kinderen met hun geschifte moeders.

*Pink @ Lokerse Feesten. Pink doet haar show, gooit een drumstok in het publiek, quasi recht in mijn handen. Vangen is iets wat ik niet kan (vraag maar aan Benjamin, he hit me in the face more than once) en toch had ik dat stokje vast. Drie seconden niets en dan werd ik vanuit elke hoek  besprongen door een bende lesbische wijven (niet op de geile manier, en ja wijven, want dat zijn geen vrouwen meer).

Dus terug naar Suikerrock. Wat zag ik in het publiek? Geschifte ouders. Het doorsnee Tien om Te Zien publiek, klapstoeltjes, Dag Allemaal’s, Story’s en heel wat manwijven. Uh-Oh. Flashback. Gedurende alle optredens hebben we ons op de achtergrond gehouden. Gingen we toch tussen “het volk”, dan hielden we één meter afstand rondom ons. Waar oh waar zijn die sterke mannen als je ze nodig hebt? We hebben ons wel supergeamuseerd. “Kijk daar”, “Oh my god, wat heeft die aan”, “Gay bitch on the left”, “Hahahahahah”. Een ganse dag door. Tijdens Natalia hadden we ongetwijfeld het “hoogtepunt” van de dag bereikt. Wat een rolmodel is me dat. Soort zoekt soort zullen we dan maar zeggen. Toch was het meer dan de moeite waard. Hoe dat komt? Bart Peeters (wat is me dat een fantastisch leuk, plezant en amusant showbeest), The Baseballs (welke vrouw houdt niet van een man die de juiste ritmes aanhoudt in zijn heupen?) en Roxette (quote Indira en ik: “lalalalala nananannana lalalala fading like a floweeeeeeeeeeeeeer”…“oh fuck, ‘t was ‘rose’”). Het hoogtepunt van de ganse dag? Dit hetero trutje kreeg een mega egoboost en vooral niet op haar gezicht. Het geluk zit soms in kleine hoekjes.