We starten opnieuw. Veel is gebeurd, veel is voorbij. Sommigen gingen, anderen bleven en nieuwe mensen arriveren. Beslissingen werden gemaakt en nu is het tijd om verder te gaan. Hoe het verder gaat? Goed éh. Ondertussen heb ik een paar of vijf schoenen bij en zitten we in volle soldenperiode. Gisteren de winkel volledig geïmplanteerd, vanavond gaan we een paar duizends stuks kledij van ticketjes voorzien en morgen? Morgen is ‘t zover! Morgen zie ik zoveel klanten, zoveel kleren passeren en zoveel kapstokken de ronde in gaan dat ik tegen ‘s avonds een wrak ben (het echte soort, voorzien van kreunen en klagen, ik doe geen half werk). En weet je wat ik ook tijdens dat alles doe? Genieten, met volle teugen, want oh, wat is het toch genieten!

Ook het zonnetje zorgt voor aangename momenten. Eten aan de zeedijk, genieten van barbeque’s, welgezinde mensen (uitgezonderd degene die voorzien zijn van hun regels, bitches!), spelen met waterbalonnen, ijsjes eten en ontelbare terras- en tuinmomenten. Laat die zon maar nog even blijven, liefst zelfs de ganse maand. Goed voor mij en mijn teint, goed voor de mensen hun humeur en zeer goed voor mijn werk (mensen gaan blijkbaar graag naar zee met zo’n weer, du-uh.). Ja, laat die zon maar blijven, een beetje zweterig mag wel.

En de nieuwe blog? “Tadaaaaaaaaam!”. Mooi éh? Jaaawel, ook ik vind het een juweeltje (met dankbaarheid aan B. voor zijn engelengeduld, want ik kon nogal een kommaneukende trut zijn). Het resultaat mag gezien worden en ik ben er ontzettend fier op. Ik ben terug, in stijl, op hakjes en nog steeds met een geweldig karma, en ooooooh wat voelt dat goed!

 

Dit is een stukje van iets wat ik zo’n 5 jaar geleden schreef. Ondertussen draait de wereld terug, hebben we veel bijgeleerd, maar heb ik vooral momenten gekregen om een leven lang te koesteren. De dankbaarheid is groot.

11u27, 28 juni 2005. In Turnhout lig ik te slapen, Kurt wekt mij: “Uw telefoon gaat af, ’t is Kim”. Ik krijg je aan de lijn en hoor: “Romina, ’t is kanker…”. Ik ben klaarwakker, de wereld staat stil. 11u27 is de wereld gestopt met draaien. Verdoofd ren ik naar mijn auto en scheur de autostrade op. Alles rondom mij is een waas, ik race over de pechstrook en vloek binnensmonds: “Stomme werken op die klotering!”. Mijn auto belandt op de busstrook, regels bestaan nu niet. Mijn beste vriend heeft kanker. De deur van je ziekenhuiskamer gaat open. Daar lig je, op een bed. Vraagtekens staan in je ogen. We delen samen de kamer: jij, ik en de kanker. Honderden vragen, pure wanhoop. Ik maak een beslissing op dat exacte moment. We zullen het verslaan, ik laat je niet alleen, wij samen geraken hierdoor.

We gaan naar je kamer en pakken je gerief in. Het is moeilijk om te snappen, want we gaan naar huis, naar je kot, terwijl je kanker hebt. Moeten ze je niet verzorgen dan? Helpen? Is dit het? “Mijnheer, u heeft nasopharynxkanker, je mag naar huis, prettige dag nog…”. Nog steeds staat de wereld stil, net zoals mijn auto slordig op de busstrook stilstaat. We rijden in stilte naar je kot, ik steek een sigaret op en je vraagt er ook één, gevolgd door de cynische opmerking: “t Is niet alsof ik kanker kan krijgen hé …”. De eerste glimlach van de dag is een feit.

Op je kot vertel je het nieuws aan je kotgenoten en niemand lijkt het te snappen. Kanker? Wat verdwaasd loop ik naast je. Ik bel naar mijn mama en hoor mezelf zeggen dat je kanker hebt. Haar adem stokt, haar wereld stopt ook met draaien. Ze probeert mij te troosten, maar haar woorden dringen niet door. Ze hangt op. Het luidop vertellen maakt alles echter, dit doe ik niet graag. Dit is echt. De wereld staat nog steeds stil. Ook het werk is op de hoogte gebracht. Ik stop met werken en blijf bij jou: “Samen geraken we er wel Sufferd, alles komt goed, alles komt goed, …” En misschien, als ik het genoeg herhaal, komt alles echt wel goed en gaat de wereld weer draaien.

 

Festivalitis

Vorig jaar amper een festival gedaan. Dit jaar moest dat anders! Zaterdag doen we Cactusfestival en maandag TW-Classic. We? Jawel, ondertussen is Indira al oud genoeg om mee te gaan met mij. I’ve got a feeling ….

 

Siblings

Af en toe zijn er van die momenten waar  het overduidelijk is dat ik zusjes en een broer heb. Door de manier waarop ze iets doen, of door een bepaalde uitspraak. Deze foto was zo’n moment. Het is echt niet te ontkennen. Wij zijn zusjes!